donderdag 30 maart 2023
Cynan Jones, Alles wat ik vond op het strand
donderdag 23 maart 2023
Sacha Bronwasser, Luister
Je zou de ware aard van dit boek miskennen als je het zou classificeren als een coming of age-roman. Toch is volwassenwording ook weer geen bijzaak: het kernverhaal gaat over de vertelster, Marie, een jonge vrouw, net van school en begonnen met een vervolgopleiding fotografie, onwennig op de drempel tussen adolescentie en volwassenheid. Maar dat verhaal is diep ingebed in de vertelling van de inmiddels volwassen en autonome Marie, die terugblikt op een fase van haar ontwikkeling in een periode die dan al zo'n drie decennia achter de rug is; daardoor ontstaat een belangrijke andere dimensie in deze roman. In die coming of age-periode is er iets fundamenteel misgegaan, maar op het moment zelf had Marie dat niet door. De ander, door wie het misging, daarentegen was zich welbewust van haar machtsmisbruik, maar voelde zich verschoond door het artistieke doel dat ze nastreefde. Je kan deze roman dus misschien beter, of: daarnaast, typeren als een verbeelding van de actuele thematiek van machtsmisbruik en grensoverschrijdend gedrag, en van de bewustwording daarvan door het personage/ de vertelster Marie.
De machtige, de zwaan, in deze roman is Flo, de docente aan een foto-academie te A. die Marie, het tien jaar jongere kuiken, en haar medestudenten destijds heeft onderricht in 'wat aan registratie voorafgaat'. Hoewel in het verhaal de fotografie centraal staat, heeft de achterliggende theorie een wijder bereik: 'Wie ziet kan vertellen. En wie vertelt legt vast. We hebben de taal nodig om onze ogen te helpen.' Dat is de wijsheid die al in het introducerende hoofdstuk uit de doeken wordt gedaan, en die (dus) ook wat zegt over deze roman zelf.
Je zou het verhaal van Marie kunnen zien als een late, ultieme poging om het relaas van haar eigen ontwikkeling tot wie ze nu, als vertelster, is in eigen handen te krijgen, zich toe te eigenen door het, nee, niet op schrift te stellen – hoewel ze dat nadrukkelijk ook doet – maar vooral door het te vertellen, in te spreken, om het op die manier te kunnen delen met haar oud-docente Flo.
Op dit punt gekomen, zou ik het liefst noteren: ga nu zelf deze roman lezen. Ga zelf meeluisteren naar Marie; zij leidt je door haar geschiedenis, zij toont je haar perceptie. Ik wil de lezer niet afleiden met mijn visie en mijn ontdekkingen; spoilers liggen op de loer.
Het is een complexe roman, verdeeld in vijf bedrijven, gesitueerd tussen 1986 en 2015, waarin naast Marie en Flo ook de Parijzenaar Philippe een belangrijke rol speelt (nee, niet wat je denkt). Het is gelukkig niet een roman die moeilijk doet, sluiers weeft, opzettelijk informatie achterhoudt of kunstmatig een quasi-juveniel perspectief hanteert. Het is een roman waarin iemand uit zelfbehoud de warrige draad van een complexe ontwikkeling ont-wikkelt, terugzoekt en verheldert, nauwgezet, scrupuleus. Aan het eind van de intro spreekt Marie tot Flo:
Onze geschiedenis was een steentje in mijn schoen dat ik negeerde, maar toen ik het tevoorschijn had gehaald, kreeg ik het niet meer teruggeduwd. Je zult er even de tijd voor moeten nemen.
Luister.
Een gewaarschuwd mens telt voor twee. Maar dan moet je er wel je oren voor openzetten. Ik had dat niet goed genoeg gedaan, en heb daarom de roman twee keer achter elkaar gelezen. Het verhaal was ook bij tweede lezing heel intrigerend, en ik denk dat het de derde keer niet minder zal zijn.
Het taalgebruik is niet uitbundig, eerder onopvallend en stevig registrerend, maar her en der zijn er wel fraaie zinnen, formuleringen en vergelijkingen in verwerkt. Opeens bijvoorbeeld een klankrijke vijfvoetige amfibrachys: 'Laurence verbloemde haar karige jeugd in Compiègne'. Soms een breed uitgemeten vergelijking zoals wanneer in Philippe een oude angst weer de kop opsteekt:
De angst. Als een geduldige hond die buiten de supermarkt op zijn baas heeft zitten wachten, ook al deed die dit keer drie jaar over de boodschappen.
Over diezelfde Philippe, een zeer intrigerend personage:
Hij moet luisteren, er is geen andere optie, hij moet luisteren, hij kan de koers van wat te gebeuren staat niet veranderen, de tijd rimpelt nu als een lap stof die bij elkaar gepakt wordt, alles wat hij kan doen is luisteren om erger te voorkomen.
Door met komma's zelfstandige hoofdzinnen aaneen te kleven maakt Bronwasser hier de névrosité van Philippe voelbaar en hoorbaar.
Daartegenover een uiterst functionele, werkwoordloze opsomming als karakterisering van het decor van Maries kinderjaren:
Jarenzestiguitbreidingswijk, lage flat, ramen met enkele beglazing, gedeelde slaapkamer met rauhfaserbehang, huismerkjam en beklemming aan het einde van de maand.
Je hoeft het niet zelf meegemaakt te hebben, lijkt me, om het te herkennen. Of dat ook het geval is bij de volgende vergelijking, weet ik niet (dan wordt dat maar de huiskamervraag):
Ik zou het gefluister niet hoeven horen dat door de groep ritselt als de pagina's van het telefoonboek die onder een duim wegschieten.
Ik had, naast het geritsel, meteen ook het gewicht, de omvang, het vliesdunne der bladzijden, zelfs de geur weer te pakken van die telecommunicatieve paperback-folianten vroeger thuis op het bureau van mijn vader.
Tot slot wil ik wijzen op het tweemaal gebruiken van een fotoalbum (niet gek in een roman over fotografie) in een vergelijking; maar wie nu nog niet naar de boekhandel of bibliotheek is gerend, zal het niet alsnog gaan doen, dus ik citeer er maar een; die staat in een scène waarin de ouders van Marie bij een artistiekerige fotoboekpresentatie in een boekhandel in de hoofdstad aanwezig zijn:
mijn ouders, die tussen de schutbladen van een van hun drie fotoalbums uit getrokken zijn en hier in dit gezelschap neergeplant zijn, en nu om zich heen blikken, hun glaasje wijn onaangeroerd in hun handen
Het ietwat knullige 'neergeplant' lijkt me daarbij heel leep geleend uit het alledaagse vocabulaire dier ouders. Maar gelukkig worden die ouders niet platgestereotypeerd in een veel te uitgebreide descriptie met komisch bedoelde spreektaalweergave. Bronwasser weet juist heel goed maat te houden; en als ze een (variant op) een stijlfiguur als de praeteritio inzet, ook nog in combinatie met een uitgebreide anafoor, zoals in het derde bedrijf, dan werkt die des te sterker.
Heel mooie roman.
maandag 6 maart 2023
Maxim Februari, Doe zelf normaal

Menselijk recht in tijden van datasturing en natuurgeweld. Gelijmde hardback met stofomslag. Prometheus, Amsterdam 2023. 142 blz. incl. noten en literatuurlijst.
Het woord 'natuurgeweld' in de ondertitel is het enige aan dit boek wat me niet geheel juist lijkt. Februari weet, denk ik, ook wel dat de klimaatcrisis veroorzaakt is door de wijze waarop mensen omgaan met met hun natuurlijke omgeving, en dat een slinkende ozonlaag en een stijgende zeespiegel, net als de daar weer achterliggende oorzaken, nou niet direct uitingen van geweld zijn, zeker niet van geweldpleging door de natuur. Daarnaast refereert hij in zijn essay ook regelmatig aan de covid-crisis, evenmin iets wat – naast aardbevingen, tsunami's, orkanen en blikseminslagen – onder de noemer van 'natuurgeweld' past.
Maar ik ben bereid hier nog eens verder over na te denken; tot die tijd houd ik het erop dat Februari de ondertitel niet zelf heeft mogen verzinnen, want alles wat hij verder in dit essay noteert lijkt me loepzuiver en messcherp en stevig steunend op een uitbundige, overwegend academische lectuur. En niet gespeend van humor, die van de gortdroge soort, en die zich uitstrekt tot in de hoofdtitel, die hij bespreekt in het tweede intermezzo (tussen de vier hoofdstukken): '"Doe normaal," zei de parlementariër. "Doe zelf normaal," zei de minister-president'. Februari noemt dit – serieus – 'de meest fascinerende dialoog uit de geschiedenis van de westerse filosofie', want er zit zijns inziens 'iets aangenaam ingewikkelds in de gedachte dat je elkaar over en weer kunt bevelen de normaliteit aan jezelf als norm op te leggen.'
Februari gaat het ingewikkelde niet uit de weg, maar heeft er juist ruim de tijd voor genomen zich erin te verdiepen. In zijn essay* – dat hij in navolging van 'de oude filosofen' een Versuch noemt, 'een kapstok om jassen aan op te hangen' – kan hij de complexe, meervoudige crisis waarin we verkeren niet eventjes oplossen, maar hij probeert haar in ieder geval in beter behapbare onderdelen uiteen te leggen, begrijpbaar, wellicht ook hanteerbaar te maken. Voor het vinden van een oplossing is 'een politieke gemeenschap [nodig], een rechtsgemeenschap die digitaal wakker moet worden.'
Ons bestaan, zo zet Februari uiteen, is exponentieel aan het veranderen door de opkomst en (onstuitbare) proliferatie van (commerciële) digitale technologieën die ons gedrag, of we het merken of niet, al dan niet opzettelijk beïnvloeden, en die dus ook invloed uitoefenen op de wijze waarop overheden hun regels aan de maatschappij opleggen, afdwingen en handhaven; belangrijk bijkomend probleem is dat in toenemende mate ook private ondernemingen dat doen in onze inmiddels vrijwel volkomen vernetwerkte samenleving. Hoe ver die invloed al gaat, en nog verder dreigt te kunnen gaan reiken, weet Februari helder te schetsen, zonder te vervallen in weerloze weemoed of wanhoop. Nochtans noemt hij de taak waar we voor staan: het wegnemen van 'de existentiële onzekerheid [...] die ons als burgers bevangt doordat de democratische rechtsstaat verandert.' Vandaar zijn oproep, om niet te zeggen: zijn waarschuwing, om digitaal wakker te worden.
Februari zet uiteen waarom het noodzakelijk is dat we collectief nieuwe democratische en (staats)rechtelijke en ethische omgangsvormen proberen te vinden en af te spreken, niet in de laatste plaats om een veilige positie voor de individuele mens te kunnen blijven waarborgen. Zijn analyses van de staat waarin onze samenleving verkeert, zijn huiveringwekkend scherp en helder. De werkelijkheid die hij analyseert, het moet gezegd, staat op scherp en is huiveringwekkend.
*Noot voor CPNB-scholieren: wie liever een olijk en tegelijk luguber verhaal over dataficatie leest dan een stevig essay, raad ik Februari's roman Klont (2017) van harte aan; geen noten, geen literatuurlijst, maar toch bijna tweemaal zo dik.
P.S.
Vooralsnog overtreft niets het oog van de meester. Een geitenboer ziet zelf nog het best wanneer er iets mankeert aan zijn vee. Maar schaalvergroting maakt dat wel lastiger. Hoe meer beesten in de stal, hoe minder tijd en aandacht per geit.
zaterdag 4 maart 2023
Ian McEwan, Lessons
Eindelijk kan het wegwerken van de leesachterstand voort worden gezet.
De roman springt voortdurend heen e[n] weer in de tijd, en wat al snel opvalt is de samenhang tussen historische gebeurtenissen en belangrijke hoofdstukken in [Roland Baines'] leven. Van de Suezcrisis tot de oprichting en de val van de Muur, van het [...] ongeluk in Tsjernobyl tot 9/11, van de kwestie Rushdie tot de Brexit: stuk voor stuk spelen ze een rol.
Dat heen en weer springen is zeker een goede karakterisering, misschien zelfs een understatement. De vertelling stuitert als een van zijn amechtige eigenaar losgeslagen rollator alle kanten op over de met klassieke kinderkopjes, maar met veel te wijde voegen, verharde heirbaan van de geschiedenis. Daar komt nog bij dat de verteller bezeten is van het zich, namens de hoofdpersoon, verliezen in allerlei even associatieve als irrelevante, vaker dood- dan doorlopende zij- en dwaalwegen.
Van enige samenhang tussen historische gebeurtenissen en belangrijke hoofdstukken in het leven van de hoofdpersoon is in mijn optiek geen sprake. Dat die twee verhaallijnen parallel lopen, kan van ieders levensrelaas gezegd worden. Ik noem dat nog geen samenhang. En al lezend in Lessons bleek me daar ook niets van een zinvolle verknoping. Het is bij voorbeeld stom toeval dat Baines enkele dagen na de val van van de Muur in Berlijn terechtkomt, waar hij niet eens met een doel naartoe ging en waar hij tot zijn eigen verrassing zijn vrouw weerziet, die er drie jaar eerder volkomen onverwacht vandoor was gegaan, hem, zonder bericht maar met een kind van enkele maanden oud, verbijsterd achterlatend, naar hem later duidelijk wordt om een eigen, autonome literaire carrière na te streven. Wat de 'samenhang' is tussen een stedentripje met vrienden, het ineenstuiken van het totalitaire communisme en het weerzien met Alissa, wie het weet, stuurt me maar een mailtje.
De tekst op het achterplat schetst bij nader inzien ook geen andere 'samenhang' dan die van louter chronologische aard:
As the radiation from the Chernobyl disaster spreads across Europe he begins a search for answers that looks deep into his family history and will last for the rest of his life.
Het boek staat, met andere woorden, vol met historische rimram, opgelepeld in veelal werkwoordloze zinnen en gortdroge enumeraties, zoals deze met betrekking tot de plannen van de net tot nieuwe Labour-leider verkozen Tony Blair:
Human rights to be brought into British law. A minimum wage. Free nursery places for all four-year-olds. The creative energies of properly regulated capitalism would drive and fund these projects. Fixed-term parliaments. Peace in Northern Ireland. A Welsh Assembly. A Scottish parliament. Lifelong Learning. Internet-based National Grid for Learning. The right to roam to the countryside freely. Incorporation of the European Social Chapter. A Freedom of Information Act.
Wat is de samenhang met de wederwaardigheden in het levensverhaal van Roland Baines? Welaan, in het huis van Rolands geliefde staat een tafel en
Round this table various friends gathered during 1995. [...] The average age was around forty-five. [...] There was a fair national and racial mix. [...] Politically, the median position was not very far left of centre. [dan onder meer die opsomming van hierboven]. All this in a possible future. The evenings were long, the mood was high. At two in the morning one friend said as she was leaving. 'It's not only rational. It feels so clean.'
Deponeer het (p. 273-275) in een hoge hoed en wacht op het konijn.
Na 296 bladzijden kwam er in mijn lectuur nog steeds geen konijn tevoorschijn. Best jammer, want het levensverhaal van Roland Baines (exotische hoogte- en dieptepunten, morele verwarring, noem maar op) is in principe / op zichzelf reuze interessant; Baines struikelt, door het lot geslagen, zich een weg door zijn existentie. Wie wil niet in die spiegel kijken? Maar door al de wereldgeschiedkundige enumeraties die er zonder enige samenhang doorheen zijn verkruimeld, wordt de rode draad van Baines' leven in dit narratief complexe geheel zo flets als een vergeten veenlijk.
Wie toch nieuwsgierig is naar McEwans Lessons, kan mijn exemplaar overnemen voor zoveel als het me kost om het op te sturen.
zaterdag 11 februari 2023
Auke Hulst, De Mitsukoshi Troostbaby Company
Hij denkt aan het hotel naast de creperende banyanboom en aan de man die met een stem als een wortelkanaalbehandeling tot diep in de nacht soetra's had gereciteerd.
Walter Tevis, Mockingbird, Doubleday, 1980. Als Spotvogel in de vertaling van Elsa Broekman verschenen bij uitgeverij Koppernik, 2023.
Er zijn nog tien maanden waarin deze noot als toekomstmuziek kan klinken.
maandag 23 januari 2023
Gijs Wilbrink, De beesten
Herlezen en hergenoten i.v.m. bijeenkomst van de Vegan Boekenclub op 14 juni 2023 te Arnhem.
Wat een lekker boordevol boek en wat een kolkende vertelling. Nu pas viel me goed op dat, hoogstwaarschijnlijk, steeds een en het zelfde personage optreedt als degene die achteraf deze geschiedenis vertelt**; een gewaagde keuze, omdat zij eigenlijk geen kennis kan hebben van alles wat ze vertelt; maar in mijn leespraktijk stoorde het geen seconde; in tegendeel.
donderdag 29 december 2022
Jan Postma, Vroege werken
Wat me opviel aan de berichtjes van Postma op het sociale medium: scherpte van zowel visie als verwoording, gekoppeld aan een gezonde dosis absurditeit, c.q. een gezond oog daarvoor, en een indrukwekkend grote en gevarieerde belezenheid – zowel letterlijk als figuurlijk, wilde ik erbij tikken, maar ik realiseer me dat ik eerst nog goed moet nadenken over wat ik onder 'figuurlijke belezenheid' versta. Deze kwaliteiten doen de in Vroege werken verzamelde essays (Das Mag, 2017) ver uitsteken boven wat er zoal in Nederland geprobeerd wordt op het slecht afgebakende, drijfzandrijke grondgebied van het essay. Maxim Februari steekt er wat mij betreft trouwens net zo ver bovenuit, al zijn diens kwaliteiten anders gedistribueerd. Februari start, denk ik, doorgaans met een professioneel probleem met een kaliber van minimaal landsbelang, terwijl Postma dichter bij huis, vaak zelfs letterlijk thuis begint maar uiteindelijk vergelijkbaar ver reikende onderwerpen blijkt te behandelen. Beiden staan graag in de kombuis van de ethiek en de moraal te proberen voedsel voor de geest van topkwaliteit te bereiden.
Het tuiltje Vroege werken lijkt niet erg samenhangend, zeker niet in de zin van monomaan of rechtlijnig. De onderwerpen lopen uiteen van Jan zelf, een naamgenoot, (straat)fotografie – of is dat al uit het volgende boek, Is dit alles? (2021), waar ik inmiddels aan begonnen ben, terwijl ik me voorgenomen had eerst verder te lezen in De man zonder eigenschappen –, kunstenaars en/of denkers die ik nog niet of niet goed kende, een muizenplaag, roodharigheid en nog zo wat. Ik moet heel hard naar de precieze onderwerpen zoeken in mijn steeds verstekkeriger geheugen; had het boek geleend in/van de Online Bibliotheek en de uitleentermijn is verstreken; aantekeningen heb ik niet gemaakt, want ik kon geen tekst knippen&plakken; mocht niet.
Daar (d.w.z. de onderlinge samenhang van de stukken in de bundel) komt bij dat ik de bundel niet op m'n e-lezer mocht opslaan en dus (?) afwisselend op m'n telefoon en iPad heb gelezen, de een eigenlijk te klein voor de lectuur van een boek, de ander te zwaar om mee in de trein te nemen of in bed te lezen, beide geplaagd door een te spiegelend en te veel licht uitstralend oppervlak dat zich hinderlijk tussen lezer en tekst in dringt. Mijn lectuur was, anders gezegd, niet optimaal. En ja hoor: ik wil Vroege werken herlezen!
Daar (d.w.z. die bundelsamenhang) komt bij dat de essays stuk voor stuk ook niet recht van draad zijn: Postma maakt met zwier gebruik van allerlei zijwegen, waar zich die ook aandienen in zijn door hemzelf aangelegde denkpistes, op zo'n manier echter dat je je als lezer nooit verloren waant. Zelfs niet als het bij voorbeeld in een stuk 'Over echt doen alsof' – onder de titel 'Aantekeningen uit de nieuwe wereld' – ineens over poëzie gaat. Graag citeer ik die passage, hoewel de Online Bibliotheek dat niet probeert te faciliteren:
Poëzie is gelegen in de poging de kloof tussen dat wat zich laat weten en dat wat zich laat beseffen met woorden te overbruggen. Ik geloof dat in de poëzie het meest overtuigende menselijke antwoord op de natuurwetten schuilt. Waarmee niet gezegd is dat ik aan een van beide zaken veel tijd besteed.
Typisch. Dat essay gaat dus niet over poëzie, maar hier drong ze zich niettemin op. Het gaat veeleer over die 'kloof tussen weten en wat zich laat beseffen', net als veel van de andere essays, uiteindelijk. Als ik niet beter wist, zou ik ze proberen te omschrijven als sociaal-fenomenologische, ethische micro-verkenningen. Postma's peripathetische gang zegt iets over de afgeslotenheid van zijn essays. Afgesloten betogen zijn het namelijk niet. Gelukkig niet. Postma beantwoordt geen vragen, lost geen problemen op, maar onderzoekt ze, verkent ze, belicht ze, overdenkt ze en houdt ze tegen het licht en allerlei achtergronden en zet ze in kaders om te bezien of ook die kunnen helpen om tot een beter begrip te komen, alles vanuit een durende verwondering over het menselijk zijn dat zich even complex als ondoorgrondelijk voordoet, om niet te zeggen: absurd, maar dat toch geleefd moet (en lijkt te kunnen) worden.
Maar het is beter dat ieder die dit leest, Vroege werken zelf leest; beter dan dat ik het probeer het samen te vatten. Ik wil het alleen maar aanraden, aanprijzen, aanbevelen. Lees, let op, en laat je verrassen.





