vrijdag 3 juli 2026

Nina Polak, Buitenleven

Prometheus, Amsterdam 2022. Paperback met flappen, 238 bladzijden. Kromgelezen en van buiten bezoedeld exemplaar, gevonden in een buitenbieb in de buurt.

Om eens met de deur in huis te vallen: een goed geschreven, onderhoudend boek over een stel van in de dertig dat het randstadse leven wel gezien denkt te hebben en een vluchtheuvel zoekt in een dorp in het platte, verre, barre noorden van het land. Een millennialroman, dus.

Leek me wel leuk, maar vroeg ik me al snel af: wat ís het toch waardoor ook dit Nederlandse boek niet dát heeft wat een vergelijkbare anderstalige roman sterk maakt? In dit geval komt natuurlijk Über Menschen (2021) van Juli Zeh als het betere buitenlandse werk naar voren. Daarmee vergeleken lijkt Buitenleven van Polak minder een roman en meer een script voor een lange aflevering van de tv-serie Dertigers, maar dan gericht op een nét wat gissere doelgroep en met veel minder personages dan er op de buis in de centrale verhaallijn rondfietsen.

De problematiek waar het jonge stel mee worstelt, is wel veelkantig (stad-land, greedy-woke, jong-oud, exclusief-inclusief, cups-haverlattemacchiato et cetera) maar blijft toch erg klein, mini-ikkerig, navelpluizend, terwijl een Zeh de hele Duitse maatschappij haar roman in trekt plus zelfs een groot deel van de moderne geo-politieke situatie, en dat met humor, en dat zonder de in Nederland kennelijk niet te vermijden, eeuwig ploeterende schrijfster/-ver als hoofdfiguur. Wat is het dat inheemse schrijvers steeds doet denken dat de rest van Nederland een niet te stelpen, grote belangstelling heeft voor de wederwaardigheden (of eigenlijk vooral de blokkades) van het (hoofdzakelijk Amsterdamse) schrijverlijk bestaan, waarvan dan ook nog de autobiografische achtergrond overal door de kieren naar binnen sijpelt?

Typisch-Dertigers lijkt me een passage als de volgende:

Van het bericht van Eva wist Rivka niets en het was inmiddels al te laat om het nog met haar te delen; ze zou zich misschien afvragen waarom Esse het niet meteen verteld had. Er vormde zich nu al een wirwar van ongerijmdheden rond dat onbeantwoorde bericht.

Al dat halve en hele gelieg waarmee je seizoenen lang nieuwe afleveringen aan elkaar kan breien, en al het gedoe met sociale media op bliepende telefoons, die moderne vorm van de klucht vol verwarringen... Pfff, zo saai. Maar, het moet gezegd: het vervolg van deze korte scène is veel beter dan wat er op tv aan dertigers-koek wordt gebakken:

Ze bemerkte zowel behoefte als weerzin om verder te praten met Eva Alta. Ze hoopte, als ze eerlijk was, vooral dat ze eens op een van de haflingers mocht rijden, verlangde naar de geur van hun lijven, die in haar iets had aangeraakt wat ze verwaarloosd had. Ze wilde die moestuin nog eens zien. Ze voelde zich schuldig tegenover Rivka om redenen die nog geen naam hadden.

De (literaire) kracht (die de tv-serie voortdurend mist) zit, denk ik, in die laatste bijzin en ook in de behoefte om op een van de (oorspronkelijk Oostenrijkse) paarden te rijden.

De schrijfster onder de personages van deze roman, Rivka, reflecteert natuurlijk op haar eigen schrijven  van een fictionele roman (of pogingen daartoe) en zegt soms verstandige dingen, die de lezer zou kunnen projecteren op deze werkelijke roman van Polak:

De krampachtige zinnen op het scherm deden aan als ongelukken, ontspoorde pogingen om een idee te voorzien van vorm, gewicht, klank, iets onuitsprekelijks dat onder de huid zou kruipen.