zondag 12 juli 2026

Ali Smith, Glyph

Vertaald door Karina van Santen en Martine Vosmaer. Prometheus, Amsterdam 2026 (oorspr. Glyph, 2026). Paperback met flappen, 272 bladzijden. Mooi uitgevoerd, lekker in de hand liggend boek, 20 bij 12,5 bij 2 cm, 310 gram.

Die Smith levert steeds weer werk van een aparte klasse. Elke roman is zowel typisch Smiths als afwijkend van alle voorgaande. Zo is Glyph minder distopisch dan Gliff, dat in 2024 verscheen. Daar staat weer tegenover dat er zowel tussen deze twee boeken als tussen de onderdelen van elk boek apart allerlei associatieve verbanden lijken te bestaan. Klinkklare narratieve lijnen trekt Smith zelden. Ze is onbekommerd gul met het vertellen van verhalen, het retraceren van fragmenten van het verleden, het spelen met woorden en betekenissen en de frictie of juist de speel- of spelruimte tussen taal en werkelijkheid.

Opeens dacht ik, al lezend, dat een roman van Smith te vergelijken is met grafisch werk van Escher, zowel die onopgemerkt van vorm veranderende dieren (het associatieve) als ook, misschien vooral, die trappen die niet uitkomen waar je denkt dat ze zouden moeten (het onnavolgbare). Bij al dat spel verdwijnt nooit de actualiteit van onze werkelijkheid uit beeld; die duikt steeds onverwacht weer ergens op. En dan gaat het nooit over de leuke aspecten van onze actualiteit maar over oorlog, bedrog, pandemieën, politieke waanzin en zo meer, maar zonder dat het verhaal er chagrijnig door klinkt, wel verontrustend, maar niet grauw en grimmig. Kan dat? Ja, Smith kan dat.

Geen opmerkingen: