Posts tonen met het label Koppernik. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Koppernik. Alle posts tonen

zaterdag 20 april 2024

Anne Carson, De schoonheid van de echtgenoot

Een fictie-essay in 29 tango's. Vertaald door Marijke Emeis. 2e dr. Koppernik 2023 (1e dr. Meulenhoff 2001; oorspr. uitgave The Beauty of the Husband, 2001). Paperback, gebrocheerd, met flappen, 214 blz.

Van Anne Carson las ik lang geleden Autobiografie van rood (vert. Marijke Emeis, 2000) en Red Doc> (2013). Zeker voor dat tweede boek, een uitgave van Alfred A. Knopf, New York, was de vorm vooral aanleiding om het te kopen, meer dan de inhoud: gebonden, met stofomslag, dik, romig papier, niet opengesneden, één enkele, kleine kleurenillustratie* voorafgaand aan de tekst, en een heel bijzondere bladspiegel.

Natuurlijk was er ook de lof die overal over Carson werd en nog steeds wordt getoeterd. Maar die kon ik niet goed plaatsen, omdat ik van de werken eigenlijk maar weinig begreep (deze zin mag herhaald worden in de tegenwoordige tijd). Mijn zwak voor het werk van Carson heeft ook te maken met wat ik bij gebrek aan een betere term maar noem: de lange vorm, of, maar dat klopt hier niet helemaal: verhalende poëzie.

Dit alles zorgt ervoor dat de enorme geleerderigheid die er uit haar werk ook spreekt, me niet stoort (anders dan bij Mulisch en Pfeijffer, als het toegestaan is deze vergelijking te maken). Het is een ander dan gewoon-literair genot om deze werken in handen te hebben, te bezien en te lezen. En ja: het is dus onvoorstelbaar dat je dit ook digitaal zou kunnen verorberen.

De tweetalige Koppernik-uitgave De schoonheid van de echtgenoot zag ik in boekhandel Hijman Ongerijmd in Arnhem liggen. Ik liet haar daar aanvankelijk liggen, maar een paar dagen later kon ik het er niet bij laten. En al het andere wat er thuis te lezen lag, parkeerde ik voor deze prachtig uitgevoerde, gebrocheerde, goed openvallende paperback met flappen; 367 gram materiële schoonheid. Mijn stevig gevoede afkeer van de schreefloze drukletter werd door alle andere kwaliteiten van de uitvoering volledig weggedrukt. (Maar waarom is alle tekst op het omslag, inclusief flappen, wel uit een mooie schreefletter gezet?)

Wat een fictie-essay is, weet ik niet, ook nog niet precies na lezing van dit boek (de vertaling gebruik ik overigens alleen als naslagwerk, als woordenboek; sorry Marijke). Ook weet ik niet wat tango’s zijn als poëtisch (sub)genre. Hoeft ook niet: ondershuids, of achtersoogs, of ondersdenkens gaan die termen, geposteerd op de drempel van het lezen, als vanzelf meeruisen in de lectuur, al was het maar doordat alle tango’s zowel genummerd als van een titel voorzien zijn, en elk ook nog eens voorafgegaan wordt door een Keats-citaat (met vermelding van de bron); Keats, natuurlijk, van ‘Beauty is truth, truth beauty’ (uit de voorlaatste regel van zijn ‘Ode on a Grecian Urn’). Die verdeling en de doorgaans korte regels maken duidelijk dat we hier met een (lijvige vorm van) poëzie te maken hebben, en ook de aforistisch ogende maar duistere uitingen die erin verwerkt zijn, dragen daaraan bij. Zoals, om een voorbeeld te noemen

Fiction forms what streams in us.

Ik dacht: doe eens gek, en tikte het citaat in een zoekmachine. Dat leidde me naar een olieverfschilderij uit 2023 van de Zuid-Afrikaanse Anna van der Ploeg met die titel. Ik schiet er niet meteen iets mee op qua tekstbegrip, maar te weten dat (ook) een ander ermee aan de haal is gegaan, verrijkt de tekst toch. Sowieso ben ik tijdens de tweede lezing meer gaan opzoeken: woordbetekenissen, referenties aan klassieke literatuur en cultuur. Alle kleine beetjes helpen. Maar de tekst blijft intrigerend en deels raadselachtig; fragmentarisch, associatief, sprongsgewijs voortgaand.

Het onderliggende verhaal van het huwelijk van de ik-vertelster, dat op de klippen loopt door de seriële overspeligheid van de echtgenoot die in de titel wordt genoemd, en daarnaast haar grote verknochtheid aan die ellendige vent, is niet zonder belang; nochtans zijn de talloze bespiegelingen en herinneringen waar dat stukgelopen huwelijk toe leidt bij de exgenote veel relevanter. Daarnaast, maar niet in de laatste plaats, vanzelf sprekend, de opmerkelijke relatie tussen de twee partners.

[...] So why did I love him from early girlhood to late middle age
and the divorce degree came in the mail?
Beauty. No great secret. Not ashamed to say I loved him for his beauty.
As I would again
if he came near. Beauty convinces. You know beauty makes sex possible.
Beauty makes sex sex.
You if anyone grasp this – hush, let's pass

to natural situations.

Om maar even een beeld te geven van de verteltrant, dit citaat uit de tweede tango waarvan de titel aangeeft dat een opdracht (zoals de opdracht van dit boek, tango I) slechts welgekozen is als ze is opgesteld in het bijzijn van getuigen; net zoals een huwelijk, schiet me nu pas te binnen. Overigens worden de lezers van dit boek hiermee tot getuigen gemaakt, terwijl er ook een verborgen personage lijkt te worden aangesproken (apostrofe, heet dat stijlmiddel).

To stay human is to break a limitation.

Nog zo'n aforistisch fragment.

Niet zonder toeval moet het zijn dat ik dezer dagen weer deze uitspraak van T.S. Eliot tegenkwam:

Genuine poetry can communicate before it is understood.

 

*

 

donderdag 30 maart 2023

Cynan Jones, Alles wat ik vond op het strand

Roman. Vert. Manon Smits. Koppernik, z.p., 2023. Paperback met flappen, 131 blz. 

De vertaling is gebaseerd op de redux-versie van Everything I Found on the Beach (Parthian, Cardigan, 2011) die exclusief voor de Nederlandstalige markt door de auteur is gemaakt, zo staat voorin het boek. En in een toelichting achterin noteert Jones dat hij in 2009 een vroege versie van het verhaal naar zijn Welshe uitgever had gestuurd. Die zag er wel wat in 'maar voordat ze het zouden publiceren wilden ze een langer verhaal. Een verhaal dat de levens en drijfveren onderzoekt van de personages die de protagonist, Hold, omringen.' Jones was toen nog een jonge schrijver met één gepubliceerde roman (The Great Dry, 2006), en stemde ermee in.

Maar eigenlijk was het resultaat van die uitwerking niet meer zíjn roman, zoals Jones hem voor ogen had. Tijdens de lock down heeft hij, aangemoedigd door Koppernik, zijn roman als het ware teruggevorderd, een roman die voortgedreven werd door de overtuiging 'dat het leven vaak wordt beïnvloed door dingen die we niet weten en die we niet per se zien aankomen, en dat de lezer daar ook een beetje aan onderworpen zou moeten worden.'

Uit deze geautoriseerde re-constructie ontstond de brontekst van Alles wat ik vond op het strand. Absoluut niet meer een roman die in de uitgeverscatalogus te boek zou kunnen staan, zoals nog wel het geval was met Everything I Found on the Beach, als 'a dark thriller', maar wel nog steeds 'based on the west Wales coast'. En enigszins duister is de roman zeker. Ik denk zelfs duisterder dan die oorspronkelijke, gepubliceerde versie, die inzet als een detective en meer personages kent en ook meer dialoog lijkt te bevatten (afgaande op de eerste vierentwintig pagina's die ik in een Kobo-preview kon proeven).

In Alles wat ik vond op het strand word je als lezer in een schuitje geforceerd dat vergelijkbaar is met het levensbootje van Hold, de protagonist. Het voert wat ver om nu meteen te refereren aan WFH, maar ook Hold is een (weliswaar gehuwde) Einzelgänger die het goede wil, maar geen idee heeft van hoe de werkelijkheid des levens feitelijk in elkaar steekt. Dat het verhaal geen goede afloop kent, zal niemand verbazen. Hoe en waardoor Hold zich onbedoeld steeds verder in de nesten werkt, is het raadsel dat de lezer, net als Hold, moet zien op te lossen. De uitgebeende stijl van Jones zorgt er inderdaad voor dat je je een lotgenoot van Hold, een speelbal van het lot gaat voelen.

Tot hier. Eerder bracht ik deze roman, zijdelingser dan hier, ter sprake in In den vroolijken hermeneut s.v. Paginanummers en KletsGPT. Maar nu is het wel mooi geweest. De rest staat in m'n leesdagboek. Leve de vulpen!