maandag 23 januari 2023

Gijs Wilbrink, De beesten

Roman. Amsterdam, Thomas Rap, 2022. Paperback, 394 bladzijden.

Deze debuutroman is wat betreft vertelbravoure en vaart en werveling van de handelingen in mijn leeservaring het best vergelijkbaar met onder andere Bonita Avenue van Peter Buwalda, Joe Speedboot van Tommy Wieringa en Begeerte heeft ons aangeraakt van Bert Natter. Om maar wat te noemen. Maar ook dringt zich een vergelijking op met Hugo Claus' weinig schuchtere vertellingen over spanningen in kleinstedelijke tot dorpse gemeenschappen, inclusief de koleerderige rol van de katholieke clerus. Het zijn allemaal verhalen die niet langzaam op stoom komen, maar meteen in volle vaart beginnen, die zonder voorzichtig retorisch gedoe om de lezer langzaam in de stemming te brengen, juist direct naar de lezerskladden reiken. En daar komt nog de aangename vermenging bij van realistische, om niet te zeggen: meer of minder historische, feitelijke elementen met aan het mythische grenzende verdichtsels en hyperbolen. 

In het geval van De beesten is een Achterhoeks stuk Nederland de biotoop van een vaker wel dan niet over de rand van het betamelijke en legale opererende clan, de Kellers. Er wordt gestroopt, geknokt, geschoten, gehandeld, gedeald en mishandeld waar het hun goed uitkomt; en ook de wel en niet reguliere motorcross-wedstrijden vinden er plaats. Epische held maar vooral tragisch slachtoffer van dat alles is Tom Keller. Zijn bij haar geboorte al aan morfine verslaafde dochter, Isa, ook wel bekend als Bella, de enige telg die zich zelfstandig buiten het territorium van de gehate, of minstens alom gevreesde familie weet te begeven, speelt een cruciale rol in de val van de Keller-clan, ergens tussen 31 december 1995 en 1 februari 1996.

Die data, en nog zes andere ertussen, staan keurig in de inhoudsopgave, maar ouderwets-chronologisch is dit veelstemmige verhaal allerminst. De lezer wordt als een stalen kogel door de flipperkast gekeild en overal gaat het tingelen en schitteren terwijl de puntenteller door z'n remmen schiet. Zoiets.

En toen ik aan het begin van deel twee, in het hoofdstuk 'De val', op pagina 208 opeens 'zijn nieuwe 500cc Matchless' las, schoot me nog een auteur te binnen* die met net zo veel plezier en bravoure langs de randen van wat de stijl nog aankan, weet – ik moet helaas zeggen: wist – te schrijven, alle registers uitbuitend, waar nodig met handen en voeten vol op het orgel leunend. Robert Anker. Diens romans gaven en geven me een vergelijkbaar leesplezier als De beesten.

P.S.
Herlezen en hergenoten i.v.m. bijeenkomst van de Vegan Boekenclub op 14 juni 2023 te Arnhem.
Wat een lekker boordevol boek en wat een kolkende vertelling. Nu pas viel me goed op dat, hoogstwaarschijnlijk, steeds een en het zelfde personage optreedt als degene die achteraf deze geschiedenis vertelt**; een gewaagde keuze, omdat zij eigenlijk geen kennis kan hebben van alles wat ze vertelt; maar in mijn leespraktijk stoorde het geen seconde; in tegendeel.

Anders dan de romans die ik aan het begin als referentie noemde, staan in De beesten niet jongens en mannen centraal, maar (jonge) vrouwen; Isa is de ware heldin (harentwege zou je hier zelfs van een coming of age-roman kunnen spreken), haar moeder en haar tante en haar overgrootmoeder zijn tragische slachtoffers van de gewetenloze kwelgeesten van de Keller-clan (waaraan ook Tom Keller, de vader van Isa, bijna geheel ten onder gaat); Isa's vriendin Erva is haar ideologische inspiratrice en niet aflatende kompaan. Daar komt bij dat enig activistisch milieubewustzijn een belangrijke rol speelt, plus dat het oosten van Nederland hier een schier mythische speelruimte is (waardoor je ook zou kunnen spreken van een niet-stereotiepe streekroman). Allemaal kenmerken die bijdragen aan de kwaliteit van dit debuut. 

*Deze associatie is particulier. Ankers gedicht 'Matchless' staat in de afdeling 'Uit het dorp' van de bundel Van het balkon (1983); Anker had toen nog geen roman gepubliceerd, en kleurde met zijn poëzie nog net binnen de neo-symbolistische en nostalgische lijntjes. Met Nieuwe veters (1987) gaan de lyrische teugels los. Volledig ontstemde piano (1994) houdt het midden tussen een samenhangende verhalenbundel en een episodische roman; met Vrouwenzand (1998) gaan de romansluizen echt open – maar daarvoor was Goede manieren al verschenen (1989), volgens de ondertitel een episodisch gedicht.

** Afgezien dan van het laatste hoofdstuk, dat narratief bezien een blind darmpje is; daarin komt opeens Tom Keller aan het woord en punnikt er een blij einde aan; dat was wat mij betreft niet nodig.

Geen opmerkingen: