donderdag 16 januari 2020

Peter Buwalda, Otmars zonen


Paperback met flappen, 607 pagina's. Amsterdaam: De Bezige Bij, 2019.

14-01-2020 10:21
Otmars zonen

Hallo Fabian,

Dat ik je e-mail, is impulsief. Misschien schrijft de etiquette voor dat ik me beter opnieuw voorstel, maar ik stel wat vertrouwen in het feit dat mijn zeldzame naam vaker blijft hangen. Ik zoek een klankbord en kan er geen vinden. De kwestie: ik heb Otmars zonen gelezen. Jij hebt voor de Academica Literatuurprijs Bonita Avenue gelezen en herlezen. Je was er behoorlijk enthousiast over. Heb je 'de nieuwe Buwalda’ ook gelezen? En zo ja, wat vond je ervan?

Vriendelijke groet,

JoJanneke van der Kaa


14-01-2020 10:49
Re: Otmars zonen

Beste JoJanneke,

Ze zeggen wel eens dat je je dag niet moet beginnen met mail lezen (ik was wat laat op kantoor vandaag, ik wilde eerst thuis verder lezen in een roman en aan een blogje werken), maar dit geeft wel aan dat dat niet klopt.

Ah, ja, Bonita Avenue, dat was meteen een favoriet van me en Buwalda won er die prijs mee in de jury waarvan ik toen voor het eerst zitting had. Ik heb de roman meerdere keren gelezen en werd er niet minder enthousiast over.

Otmars zonen las ik ook, en gretig, zodra het verschenen was, maar in heel veel korte zittingen, te veel om er echt goed in te komen, denk ik; dat is niet handig met een roman die uit zo veel en zich zeer langzaam ontwikkelende en gluipenderwijs verstrengelende verhaaldraden bestaat. Het boek staat nu dus hoog op de lange lijst ‘Herlezen!’ Ik denk dat ik het goed vind, maar ben er nog niet zeker over; daarom heb ik er nog geen blogpost aan gewijd.

Ik houd van de stijl van Buwalda, dat drieste, dat zeer verzorgde en tegelijk soms ook lompe, met overdrijvingen, die soms net niet en dan weer wel ontsporen, wat in beide gevallen aangenaam is. Anderzijds ben ik gestopt met het lezen van zijn columns, omdat me daarin ging opvallen dat hij daarin weinig te melden heeft (heel anders dan Wieringa en vooral Februari in hun columns) terwijl hij wel blijft ronken met die beeldenrijke taal-hypertrofie. Maar ik denk dat Otmars zonen een  goed en intrigerend bouwwerk is, in de geest van A.F.Th. van der Heijden (maar dan zonder diens opzichtige pronken met uit Wikipedia getrokken mythologische quasi-kennis), ook doordat er referenties aan lijnen en personages uit zijn debuut in zitten.

Dat herlezen gaat denk ik wel op zich laten wachten, want er verschijnt veel dat mijn aandacht trekt en er ligt nog zo veel ander ongelezen werk te wachten. Ali Smiths romans bijvoorbeeld, Pastorale van Stephan Enter, en momenteel ben ik nog bezig in Schilf van Juli Zeh, een zeer getalenteerd schrijfster, met enkele stilistische Buwalda-trekjes.

Het lastige aan Otmars zonen is dat het (mij, uiterst trage lezer) veel tijd kost om zo’n baksteen te (her)lezen, en dat ik zo'n werk met grote aandacht wil lezen, terwijl de ontwikkeling van de verhaallijnen heel erg langzaam gaat, zo langzaam, dat deze hele roman alleen nog maar de aanzet is tot iets, wat misschien in deel twee volgt, of pas in deel drie.

Onlangs zag ik The Irishman van Martin Scorsese, enigszins vergelijkbaar misschien: duurt heel lang, gaat traag, refereert voortdurend aan de werkelijkheid (een historische werkelijkheid die nabij genoeg is om nauwe banden met het heden te hebben) en wordt gekenmerkt door een behoorlijk fors aangezette stijl, maar niet het absurdistische van een Buwalda heeft.

Dat dus ūüėä

Hartelijke groet,

Fabian


15-01-2010 07:27
Re: Otmars zonen

Beste Fabian,

Ze zeggen ook wel eens dat je je dag niet moet afsluiten met mail lezen, maar dat heb ik gisteren toch gedaan. Gelukkig maar. Mijn reactie nu is vroeg en hopelijk uitgeslapen.

Bonita Avenue staat nog steeds hoog op mijn lijstje met favorieten. Ik kwam er niet eerder toe om Otmars zonen te lezen, omdat de omstandigheden er moesten zijn om me echt aan dat vuistdikke boek te wijden. Die omstandigheden waren er afgelopen weekend: ik las het in vier dagen uit.

De constructie met al die flashbacks maakt dat het verhaal in het ‘nu’ inderdaad langzaam op stoom komt, maar geeft het boek wellicht ook een anekdotisch karakter. Misschien is het te veeleisend bij deel 1 van een trilogie, maar Buwalda heeft in een interview – VPRO Nooit meer slapen – zijn voorgenomen drieluik vergeleken met The Lord of the Rings en dat valt hem wel een beetje kwalijk te nemen. Otmars zonen heeft geen opzichzelfstaande plot, in tegenstelling tot de boeken van Tolkien, maar lijkt inderdaad een opmaat tot de volledige cyclus, die we vooralsnog moeten ontberen. In dat opzicht gaat een vergelijking met The Irishman – onlosmakelijk verbonden met drie√ęnhalf uur lang, zonder pauze in een zeer oncomfortabele bioscoopstoel genieten – mank: de broeierige, trage ontwikkeling van de verhaallijnen akkoord, maar er is in die film wel degelijk sprake van afronding.

Niettemin is het in Otmars zonen op iedere pagina feest: haast iedere zin is een hoogstandje, het inktzwarte cynisme van Ludwig is hoogst vermakelijk, de perspectiefwisselingen zijn interessant, er zijn verwijzingen naar de werkelijkheid en de verhaalwereld in Bonita Avenue, de besproken muziek is onlosmakelijk verbonden met de opzet en inhoud van het boek, en zo kan ik nog wel even doorgaan. Die columns lees ik ook niet meer: stilistisch interessant, maar inhoudelijk...

Psychologisch vind ik dit een veel sterker boek dan Bonita Avenue. De kenschetsing van de personages is stukken beter, hun keuzes zijn daardoor meer invoelbaar, al roepen ze nog weinig sympathie op. Ik heb gewalgd van de passages waarin De Sade een rol speelt. Toen het boek uit was, was ik boos: afhaken voor een kernpunt, en het ski√ęn dan, en het interview dan, heb ik verdorie al die jaren op gewacht, moet ik voor deel 2 weer zo lang wachten, en voor deel 3?! Toen dat zakte, heb ik je gemaild. Dit is dan literatuur: een wereld op papier die aankomt alsof je een stomp in je maag hebt gekregen, waarover je vervolgens in therapie kunt bij een oud-docent.

Enfin, op mijn lijstje ‘nog te lezen’ nu eerst Let op mijn woordenPastoraleDubbelliefde (tja, ik was pas 12 toen dat boek uitkwam) en zo kan ik ook nog wel even doorgaan. Herlezing van Otmars zonen was eigenlijk van dat lijstje af, maar komt er toch weer op. Ik kijk uit naar je blogpost. Houd je me op de hoogte?

Vriendelijke groet,

JoJanneke


15-01-2020 09:21
Antw. Otmars zonen

Zo, dat is een ‘goedemorgen’, JoJanneke.

Onmiddellijk na het lezen van je mail kon ik maar aan één ding denken: vind je het goed als ik onze mails samenvoeg, redigeer en op mijn blog plaats als bespreking van Otmars zonen? Je opmerkingen bij het boek vind ik te mooi Рom niet te zeggen: Klasse! Рom voor me te houden. Ik zal je sowieso binnenkort een concept sturen.

Hartelijke groet,

Fabian

P.S.
Ik keek The Irishman heel op m'n gemak, in bed, op de computer.
Walgen van De Sade? En niet van die decoupeerzaagscène in Bonita Avenue?


15-01-2020 20:17
Antw: Otmars zonen

Goedenavond dan maar, beste Fabian,

Bedankt voor het compliment; ik voel me vereerd! Wie had gedacht dat zo'n impulsieve e-mail zou leiden tot een blogpost van Fabian Stolk, tegen wie ik zo veel jaren heb opgekeken vanuit de collegebanken en met wie ik nog wel eens een stevig verschil van mening heb gehad. 

Nu zie ik dus het concept van een geredigeerde versie van onze mailwisseling tegemoet. Ik heb een hekel aan "leuk", maar leuk, dus, of - om het op z'n Brabants te zeggen - gezellig!

Hartelijke groet, 

JoJanneke


15--1-2020 21:53
Antw: Otmars zonen

Beste JoJanneke,

Aangehangen de concepttekst. Je zult zien dat ik er weinig aan geredigeerd heb. Het geheel past mijns inziens prima op m’n blog, omdat het meer een leesverslag is vol impressies en waardeoordelen, dan een zakelijke recensie met een grondige analyse en interpretatie, voorzien van een gemotiveerde plaatsbepaling binnen de actuele literatuur.

In mijn leesdagboek – een roman-dummy waarin ik probeer te documenteren wat ik wel gelezen heb  maar niet op Klasse! plaats – staat: “8.7.19 Achterstallig / Buwalda, Otmars zonen / Smith, Spring / [naam vergeten], Norman People”. En meteen daarna staat: “Intermezzo: / C.C.S. Croneprijs en -stipendia 2019”; indicatie van een berg – inmiddels voltooid – leeswerk, die herlezing van wat dan ook in de weg stond.

Maar nu die berg weg is en ik het eerste dikke deel van Buwalda's roman fleuve weer van de plank heb gepakt en de terugtellende hoofdstuknummering terugzie, de forse broodletter en de paginanummers die alleen op de rechterpagina’s staan, krijg ik verse kriebels om ook weer in de inhoud te duiken. 

Enfin, ik wacht je “fiat” af c.q. je “imprimatur” of “nihil obstat".

Wees gegroet
       door
     Fabian


16-01-2020 09:35
RE: Otmars zonen

Hallo Fabian,

Nog een reactie op je twee toegevoegde PS’en: The Irishman in bed kijken is voorbehouden aan mensen die behept zijn met een Netflix-abonnement. Aangezien ik meer boeken koop en die lees dan dat ik tv kijk – en het moet doen met een bescheiden lerarensalaris – behoor ik niet tot de gezegenden en zat ik ‘gewoon’ in de bioscoop. Wat (of wie) is decadenter?

De decoupeerzaak in Buwalda’s eerste vond ik een stuk minder onsmakelijk dan de passage waarin vader zijn dochter anaal verkracht onder dwang en onder toezien van De Sade en consorten, waarna het meisje alsnog op gruwelijke wijze verkracht en vermoord werd onder het toeziend oog van de vader in kwestie. Kleine analyse daarvan: mensen schuiven de verantwoordelijkheid voor hun fouten liefst af op anderen en schaamte komt juist tot stand in relatie tot anderen. In de decoupeerzaag-sc√®ne zijn geen toeschouwers: niemand om op af te schuiven, niemand om zich voor te schamen. In de walgelijke De Sade-sc√®ne waaraan ik zojuist refereerde, zijn die ingredi√ęnten er wel: vader kan zijn gedrag afschuiven op De Sade en zich tegelijkertijd voor datzelfde gedrag kapot schamen ten overstaan van het publiek. Zijn ondergeschikte positie aan De Sade leidt ertoe dat hij een onmiskenbare nederlaag lijdt. Als lezer identificeer ik me met hem ten overstaan van die toeschouwers: ik wil hieraan ontsnappen, maar dat kan niet. Ik ben een onmachtige voyeur – meer dan in Bonita Avenue  en dat geeft mij een hoogst ongemakkelijk gevoel, om niet te zeggen ‘zum Kotzen’.

Op de een of andere manier doet dit mij denken aan Ludwigs zoektocht naar zijn oordopjes: de neuroot die over de grond kruipt en die ik van bovenaf bezie. Het gevoel van walging is nabij – beste Ludwig, ga je schamen en ga alsjeblieft gewoon slapen – maar meer nog is er medelijden. Enfin, ik weet niet waar deze uitweiding vandaan komt, dus laat ik er maar over ophouden.

Mijn fiat krijg je.

Hartelijke groet,

JoJanneke


16-01-2020 13:17
Noot van de redactie

Ik ben behept met een tv noch een Netflix-abonnement; ik keek per laptop via-via mee met een abonnee; voel me daardoor bescheiden gezegend.

woensdag 27 februari 2019

Sally Rooney, Normal People

Ebook edition. Faber & Faber, London 2018.

Weer zo'n boek dat door recensies opviel. En vervolgens in de poll van de leesclub kwam en geselecteerd werd.

Wonderlijk aangename leeservaring, terwijl deze roman eigenlijk niet voldoet aan wat ik doorgaans van dit genre verwacht of eis: taalrijkdom. Qua taal vind ik het een uitzonderlijk oninteressant boek. Er staat geen zin in die ik in stille bewondering herlas alleen maar om de formulering. Eerder het tegendeel, zoals: 
He writes these things down, long run-on sentences with too many dependent clauses, sometimes connected with breathless semicolons, as if he wants to recreate a precise copy of Marianne in print [...].
Bij de laatste twee woorden stort de hele zin in elkaar onder mijn lezend oog. En er blijft weinig meer van over als je bedenkt dat er een erg dom vrouwbeeld in gereproduceerd wordt, dat ook nog eens niet aansluit bij wat de roman verder over Marianne vertelt.

Maar een groter probleem is dat dit boek zo enorm fel-realistisch (bedoeld) is, of meer nog 'filmisch', dus nep-realistisch, alsof hele sc√®nes zijn overgeschreven van het witte doek, of van een zwart-wit televisiescherm; het is voortdurend heel sit- en komkommerig. Zoals wanneer er staat: 
Connell says nothing then. He just kneads the steering wheel with his hands.
Dat stuur wordt hierna nog vijf keer bepoteld (expliciet met de handen, wel te verstaan, stel je voor) als een situatie Connell emotioneel te machtig wordt - en als een voldragen stereotype kan híj wel rijden, zìj kennelijk niet; het kneden, bekloppen, knijpen, betokkelen en klam omklemmen van het stuurwiel is slechts hem gegund. Haar worden andere beelden toebedeeld, zoals:
She feels like a soft cloth that is wrung out and dripping.
En terwijl de focalisatie alle kanten op en uit en weer terug schiet - wat echt een aangenaam aspect is van deze roman, dat de aandacht van deze lezer steeds weer prikkelt - staat er soms zoiets als dit:
But now she has a new life, of which this is the first moment, and even after many years have passed she will still think: Yes, that was it, the beginning of my life.
Of je in een aftandse, op opdikkend en ezelsorig esparto-papier gedrukte kasteelroman verzeild bent geraakt. Net zoals wanneer een verhit gemoed als volgt wordt gerepresenteerd:
Alan's face takes on a wild expression of fury, with the whites of his eyes showing all around.
Deze Alan is ook tot het volgende in staat: hij 'bites down on the knuckle of his index finger.' De Kameleon meets Harry Potter. Maar een heel enkele keer staat er op zinsniveau iets interessants, mijns inziens:
If anything, his personality seemed like something external to himself, managed by the opinions of others, rather than anything he individually did or produced.
Maar ook dat is minder een mooie zin dan een sterk inzicht, passend bij een personage in een coming of age-roman; want dat is dit wel, denk ik, bijna een high school-roman, vol cijferstress, sigaretten, dronkenschap, vechtpartijen, studiekeuzegezeik, bindings- en verlatingsansgt, verstoorde zelfbeelden, liefderijke en vuige seks en lastige of juist argeloze of schijnbaar argeloze ouders; noem het maar op.

Bijzonder vind ik, naast de constructie van een voortdurend voortschrijdend verhaal dat is doortrokken van terugblikken vanuit allerlei perspectieven, dat het hele gebeuren zich afspeelt in Ierland, deels aan de westkust, deels in Dublin (eet je hart uit, Joyce). Maar het bijzonderst en aantrekkelijkst is dat de relatie tussen Marianne en Connell, die zielkervend getekend is door klasse- en persoonlijkheidsverschillen en door langzamerhand duidelijker wordende persoonlijke problemen, zo enorm intens gevolgd wordt in al zijn hoogte- en dieptepunten, al de onwaarschijnlijke gebeurlijkheden en onverwachtheden en irrationaliteiten en weemoedigheden des normalen levens die des avonds en op andere ongelegen momenten komen en die niemand kan verklaren. Het is een kalverachtig schokkerige en tegelijk zinderende love story van jewelste, een juweel van een liefdesgeschiedenis.

De vertelling duurt alleen wat lang, en het eind is geen echt eind; het verhaal had nog veel langer, maar ook veel korter gekund, met wat meer kunstgrepen. Het emmert maar door, net als het leven zelf.

zondag 13 januari 2019

Nathalie Heinich, Ce que n'est pas l'identité

Gallimard - le débat, z.p. 2018 (édition électronique).

De titel vind ik een pracht van een lokker, want bij identiteit denk ik in allereerste instantie aan iets wat juist is. Het boekje is een prachtige, korte, heel heldere uiteenzetting in zeven hoofdstukken van wat 'identiteit' niet is, gevolgd door een voorzichtige, abstracte omschrijving van wat het wel is; en die omschrijving, dat kan je op de vingers van √©√©n hand uittellen, is niet simplistisch.

De zeven negaties (hoofdstuktitels) zijn achtereenvolgens:

L'identité n'est pas une notion de droite (ni de gauche, d'ailleurs)
L'identité n'est ni une réalité objective ni une illusion
L'identité ne se réduit pas à l'identité nationale
L'identité n'est réductible ni à l'assimilation ni à la différenciation
L'identité n'est pas unidimensionnelle (ni même bidimensionnelle)
Il n'y a pas de sentiment d'identité sans crise d'identité
Les troubles identitaires ne sont pas incurables.

Een interview van Bas Heije met Heinich maakte me attent op dit essay. Dat interview is ook al informatief en monter. Dit boekje, dat ik vast na √©√©n keer lezen nog niet geheel doorgrond heb, is echt een wonder van helderheid; Heinich heeft een heel lucide betoogtrant, terwijl ze toch bijna geen mogelijkheid voor een nuancerende bijzin ongebruikt laat. Ze voert de lezer heel rustig en docerend mee langs de - als ik dat zo mag zeggen - veelkantige aspecten van 'identiteit'. Een welsprekende  verademing te midden van de hedendaagse botte hijgerigheid die publiek debat heet.


zondag 23 december 2018

Bregje Hofstede, Drift

Roman. Das Mag Uitgevers, z.p. 2018. Paperback. 397 bladzijden. Gratis e-book-versie erbij, of andersom - wat wil zeggen: je mag van Das Mag niet kiezen. Misschien maar goed ook: ik wilde het e-book hebben, omdat mijn kasten echt overvol zijn, maar heb uiteindelijk de papieren versie gelezen... wel weer eens lekker, immers, zo'n dikke emo-pil in handen. Bovendien qua binnenwerk mooi verzorgd. Fijne blad- en zetspiegels (ja, meervoud), goede letter, zowel het grotere als het kleinere romeinse corps, als ook het cursieve. In het e-book gaat dat zetspiegel- en corpsonderscheid, het onderscheid tussen hoofdtekst en ingebedde tekst, helaas goeddeels verloren.

De gelaagdheid van de vertelling, en de inter- of intra-tekstualiteit ervan en de tekstualiteit of schriftuurlijkheid van de ervaringen van de hoofdpersoon, die schrijfster is, en Bregje Hofstede heet, en een romandebuut achter de rug heeft, die gelaagdheid wordt mooi uitgebeeld door het gevarieerde zetwerk.

Leuk is dat het personage Bregje Hofstede gedebuteerd is met de roman De welp, wat dus niet het debuut is van Bregje Hofstede, want dat is De hemel boven Parijs (2014), en dat delen van die roman in deze roman zijn opgenomen, in een kleinere letter dan de rest en met behoud van zijn 'oorspronkelijke' paginanummering. Maar na zo'n De welp-passage blijkt ondertussen de numeroteur van de Drift-pagina's ook door te hebben geteld. Dat spel met paginanummers ben ik, als mijn opmerkzaamheid en herinnering me niet in de steek laten, nog niet eerder tegengekomen in een roman.

In een interview met Hofstede (excuus, geen link) las ik dat De welp wel een roman-in-aanbouw was van de echte Bregje Hofstede, maar dat die integraal in de prullenmand terecht is gekomen, alhoewel blijkens de 'Verantwoording' achterin Drift onderdelen ervan zijn voorgepubliceerd in Revisor en Das Magazin. Met een hoofdpersonage, een auteur en twee debuten zitten we, nog afgezien van al de andere citaten en quasi-citaten, lekker tussen de feit- en fictiepuzzelstukjes.

Een beetje slordig is dat het eerste deel (hoofdstuk?) uit De welp begint op een pagina met nummer 1. Boeken beginnen in het echt meestal op pagina 7, of, zoals Drift, op pagina 9.

Maar mooi weer vind ik dat de roman eindigt met het hoofdstuk 'Blik' uit die ingeblikte roman, waarin een jeugdiger heldin (tussen basis- en middelbare school), die nog geen dagboeken bijhield, zich een weg baant naar haar eigen identiteit.

Over de inhoud van Drift kan ik kort zijn. Op de binnenkant van het voorkaft staat die als volgt weergegeven: 
een onverbloemd verhaal over iemand die wegloopt van huis omdat ze jarenlang wegliep van zichzelf. Over hoe overweldigend een eerste liefde is, totdat die je benauwt. En hoe elk liefdesverhaal uiteindelijk draait om bedrog.
Dat verhaal, dat paradoxaal genoeg onverbloemd heet te zijn, waarin die liefde, die volgens het hoofdpersonage mythisch is, wordt gere- en gedeconstrueerd, beslaat een periode van een bijbels aantal van veertig dagen waarin de wegloopster doolt, op drift is, van haar ankers geslagen. Dat hadden er voor de waarschijnlijkheid best 39 kunnen wezen, lijkt me. De mythe is nu wel heel hecht doortimmerd.

Aan de binnenzijde van de achterflap wordt een zin geciteerd, die me intrigeert: 'Door mijn hele lichaam heb ik het gevoel als na het missen van een trede.' Die deed me denken aan: 'In plaats van fantastisch en benijdenswaardig voelde ik me in Londen zoals wanneer je één stap te veel zet onderaan een trap'. Die laatste is uit de Nederlandse vertaling van Lisa Halliday's Asymmetry, een roman die - gedeeltelijk - ook over een mythisch te noemen en mislukte liefde gaat en waarin ook een roman geschreven wordt, maar die daarnaast nog veel meer biedt en meer open van structuur is, avontuurlijker, en meer nadenkt over de wereld van nu buiten de domeinen waar het navelpluis zweeft.


zaterdag 1 december 2018

Lisa Halliday, Asymmetry

Granta, London 2018 [oorspr. Simon & Schuster, New York, 2018]. Pocket, 271 blz.

Van sommige boeken, romans, en zelfs (?) van sommige debuten, lees je (en dat is mijn generalisering) recensies en denk je... denk ik: 'Interessant... heel aantrekkelijk... kopen!'

Achteraf weet je (weer een rare generalisering; ik bedoel: weet ik) van die recensies niet eens de strekking, qua inhoud, alleen: dat het boek goed, beter, best beoordeeld werd, en wel op grond van criteria die (of: waarvan je er enige) herkent als de jouwe, dan wel deel uitmakend van jouw scala van kerncriteria.*

*En nu valt het me - dit geheel ter zijde - op hoe penetrant het Latijn in onze cultuur is; dat  we afgesproken hebben wel criteria en niet kriteria, wel scala en niet skala te schrijven... en bios af te breken voor koop in plaats van na bio en voor skoop.

Inmiddels heb ik het driedelige Asymmetry in het Engels uit. En ben een beetje verbijsterd.

Nog inmiddelser begonnen aan de herlezing van het boek in de Nederlandse vertaling (de Engelstalige pocket heb ik uitgeleend) in e-boek-uitgave (op basis van de eerste druk, een uitgave van Atlas Contact, 2018).

En jawel, dan vallen er dingetjes op hun plaats. Zoals de referentie aan de uitspraak van Tsjechov, dat wanneer er in hoofdstuk 1 een geweer aan de muur hangt, het in een volgend hoofdstuk wel af moet gaan moet zijn (een Russische bron van Hermans' mus). Hoewel ik nu nog niet precies weet hoe een en ander in elkaar steekt, zie ik wel dat er veel verbindingslijntjes tussen de delen bestaan, en dat ik onder invloed van het leesplezier weer eens de quasi-academische lees-accuratesse uit het oog ben verloren. Signaal van genoegen, inderdaad.

Die Nederlandse vertaling, door Lisette Graswinckel, lijkt me trouwens echt heel erg goed. Dat zeg ik op basis van het gesmeerde leesplezier dat ik eraan beleef en dat, mijns ervarens, vergelijkbaar is met dat van het origineel. En omdat de vertaalster soms heel lepe keuzes maakt, zoals in de volgende zinnen, wanneer Ezra en Alice een afspraak proberen te plannen:
'Misschien in juli. Misschien het weekend van de Fourth of July. We zien nog wel.'
In de bron:
"Maybe in July. Maybe Fouth of July weekend. We'll see." 
(p. 46, in een versie op internet). Dat 'weekend' niet vertaald wordt tot 'weekeinde' is onvermijdelijk in het tijdperk-Van Engelshoven, maar de keuze om in deze context 'Fourth of July' niet om te zetten naar een Nederlandstalige frase is slim, omdat anders de referentie aan de Amerikaanse feestdag Independence Day verloren zou gaan (en dat in een tijd waarin inmiddels volkomen klak- en contextloos het afschuwwekkende 'Black Friday' in het straatbeeld en via advertenties in al de de media verschenen is).

Hier staat tegenover dat ik een beetje teleurgesteld was door de vertaling van een heel mooie zin uit de roman (mede door de context waarin die zin staat opgenomen, dus lees vooral het geheel, de zin staat aan het eind van een een betrekkelijk lange passage waarin beschreven wordt hoe Alice de sensatie ondergaat van een zowel qua beweging als geluid stilvallend New York ten gevolge van een stroomstoring):
A fire engine Dopplered north.
(p. 63, in een versie op internet).  Dat werd in het Nederlands:
Een brandweerauto snelde met dopplereffect uptown.
Dat kon spitsvondiger, denk ik dan. Maar daar staat tegenover dat de vertaling van de zesmaal voorkomende frase 'Shave and a haircut, two bits' weer heel erg goed is: 'Die zien we nooit meer... te-rug.' Lees maar na. Ik noteer er meteen de bekentenis bij dat ik (het beoogde effect van) deze passages in het Engels in het geheel niet begreep, maar in het Nederlands in één keer, en daarna niet begreep dat ik dat Engels niet doorhad.

Des niet tegenstaande: op dit moment van tikken heb ik deel I van de roman in vertaling gelezen; en weer ben ik geroerd door het diep-melancholische sentiment dat daaroverheen ligt, mede tot uitdrukking gebracht door een betrekkelijk slordig ogende vertelwijze. Dialogen, psychologische portretten, sfeerschetsen, gebruiksaanwijzingen, verkiezingstoespraken, honkbalwedstrijdverslagen en wat al niet buitelen over elkaar heen zonder expliciete, lezersvriendelijke overgangen. En opeens, zonder uitzicht op een werkelijk duidelijk afgehechte verhaaldraad is dat deel, 'Zotternij' ('Folly'), ten einde en begint deel II, 'Waanzin' ('Madness'), met een  volkomen nieuw hoofdpersonage, de Iraaks-Amerikaanse econoom Amal Ala Jaafari, als ik-verteller (terwijl deel I een anonieme vertelinstantie heeft die de focalisatie bij de Amerikaanse redactrice Alice Dodge legt), een nieuwe setting en en nieuwe verhaallijn, zo die er al is, maar wel, zie ik nu, met een zekere climax. Dat is  lol van deze roman: je weet nooit waar de verbindingen liggen. En eerlijk gezegd was ik bij de eerste lezing daar niet eens nieuwsgierig naar, het boek boeit sowieso.

Achteraf en bij herlezing (in mijn geval, althans, ik lees van nature in eerste instantie veel te argeloos) valt op hoe strikt de referenties zijn; dat bijvoorbeeld het personage Alice in deel I mogelijk de niet met name genoemde schrijfster is, aan wie waaraan Blazer refereert in deel III, waarin een interview wordt uitgeschreven uit een BBC-radioprogramma The Desert Island Discs, waarin Ezra Blazer in werkelijkheid natuurlijk nooit te gast is geweest, en dat deze roman, Asymmetry, waarover in deze roman al wordt gesproken, de vrucht is van haar verbeelding. Een zeer geslaagde, natuurlijk overkomende, niet-geposeerde vorm van literaire inter- dan wel intra-tekstuele gelaagdheid. Blazer zegt in het interview:
Een jonge vriendin van me [Alice is decennia jonger dan Blazer] heeft trouwens een zeer verrassende roman over dit onderwerp geschreven. Over de mate waarin we in staat zijn door de spiegel heen te stappen en ons een leven, of eigenlijk een bewustzijn, voor te stellen dat de blinde vlekken in ons eigen bestaan grotendeels invult.
En Blazer benadert de interviewster in deel III met dezelfde woorden als waarmee hij Alice in deel I benaderde: 'Are jou game?'

Of het altijd zo is, weet ik niet, maar het het komt voor dat in een roman op onopvallende manier wordt gereflecteerd op de roman, zoals in de passage uit het net genoemde interview waarin Ezra Blazer uiteenzet dat je als schrijver soms
je personages gewoon hun gang [moet] laten gaan, waar ik mee bedoel, naast elkaar laten bestaan. Als ze elkaars pad kruisen en iets van elkaar kunnen leren, prima. Zo niet, dan is dat ook interessant. En als het niet interessant is, moet je je misschien eens achter je oren krabben en opnieuw beginnen, maar dan heb je de geloofwaardigheid tenminste geen geweld aangedaan.
Geloofwaardig is deze roman zeker. Niet alleen doordat ze volgestouwd is met (referenti√ęle) feiten en gegevens en visies van personages; niet alleen doordat deel twee een benauwende, uiterst breed uitgesmeerde en met terzijdes doorspekte beschrijving is van de Kafkaeske terreur van een moderne, althans post-9/11, douane of grensbewakingsdienst die er maar niet in slaagt te geloven dat de Iraaks-Amerikaanse Jaafari, op weg voor een familiebezoek en op zoek naar zijn broer, eenvoudigweg een tussenstop in London maakt om daar een vriend te bezoeken; niet doordat er zo veel details blijken te kloppen met de werkelijkheid; maar ook en misschien vooral doordat Halliday alle ruimte biedt aan toeval en willekeur, die soms minder toevallig en minder willekeurig blijken te zijn, zonder dat er sprake is van (de illusie van) een hecht doortimmerde en strak geregisseerde literaire 'mythe' om aan alles een diepere zin te geven (die er dus eens te meer is, en wat weer in overeenstemming is met het mensbeeld en de literatuuropvatting die Blazer in deel III formuleert).

Zo, nu ga ik snel de laatste bladzijden van de vertaling her-lezen.
En de bespreking door Jamal Ouariachi in De morgen.

P.S.
09-12-2019
De vertaling ten tweeden male gelezen. Allemachtig, wat een parallellen tussen al die delen. Neem alleen al de opening, waarin Alice een boek leest dat 'vrijwel geheel' bestaat 'uit lange alinea's, met nergens een aanhalingsteken te bekennen', en zich een beetje boos afvraagt 'wat heeft een boek zonder aanhalingstekens nou voor zin'... en dan lees je deel II en ja hoor: geen aanhalingstekens. Maar dat is dan hoogstwaarschijnlijk wel mooi het boek dat Alice zich verderop toch voorneemt te schrijven.

woensdag 10 oktober 2018

Juli Zeh, Neujahr

Roman. Hardcover met stofomslag en leeslint. M√ľnchen, 2018. 191 bladzijden.

Eigenlijk hoort dit leesverslag niet hier, want, nee, echt grote 'Klasse!' vind ik deze roman niet. Ik had me er wel op verheugd, na Spieltrieb en Ons soort mensen. Daarna verscheen nog Leere Herzen, maar de recensies daarvan, althans van Lege harten, waren niet bepaald florissant. Die lectuur sloeg ik dus over.

Maar toen zag ik, onlangs, op de boekenmarkt van het ILFU, opeens deze nog nieuwere roman liggen, en kon hem daar niet laten. Mooi boek. Wel vreemd dat er nu op de tafel waaraan ik dit tik, ook een boek ligt dat veertig bladzijden meer omvat maar even dik is. Ik vrees dat Neujahr materieel een beetje gepimpt is. Met opdikkend esparto-papier, of iets dergelijks. En inhoudelijk met exuberant uitgedijde, breed uitgewalste descripties van heftige, al dan niet ingebeelde ervaringen van personages die onder de indruk van iets zijn.

Nu zijn er romans die gebruikmaken van bijvoorbeeld heel lange, uitgebreide, zeer dun over zeer veel pagina's uitgesmeerde beschrijvingen om de lezer mee te sleuren in de hallucinaire staat van zijn van het dienstdoende focaliserende of vertellende hoofdpersonage. Daarmee wordt het lezen van een dergelijke roman tevens een soort theatrale of schier fysieke ervaring. Als je je er als lezer aan kunt overgeven - en niet botweg doorbladert naar de eerstvolgende witregel - krijgt het lezen van zo'n roman een extra dimensie. Iets dergelijks gold wat mij betreft voor onder andere Solar Bones.

Maar met het lezen van Neujahr had ik meer moeite dan een bijzondere leeservaring. Dat komt misschien mede doordat het verhaal eerst verteld wordt met de focalisatie van een volwassen, in crisis verkerende man, en daarna met de focalisatie van diezelfde man toen hij nog maar een - wat zou het zijn - vijfjarig jongetje was; en daarna weer door de volwassen Henning, die  dan opeens alles snapt wat hij eerder maar niet begreep. Enfin, een heel psychologisch verhaal. Eind goed, al goed.

Nou ben ik al geen groot fan van verhalen met een perspectief van een kind (ik vind het te gemakzuchtig wanneer een volwassen schrijver voor volwassen lezers quasi gaat zitten doen of de wereld nog te ingewikkeld is om te begrijpen - ik vind dat sinds Het bittere kruid moeilijk te verteren, alleen Werther Nieland kon ermee door, maar dat is dan ook zo ontzettend ironisch), maar dit kinderlijke geneuzel over "Oooh, wat zou er nu toch aan de hand zijn?", en: "Wat doet die vreemde  blote meneer daar bovenop mama???" vind ik echt bijzonder langweilig.

Omdat Zeh het schreef, heb ik toch alles gelezen. Neujahr is het verhaal van een echtgenoot, vader en professional in crisis; via hem gaat dit verhaal ook over angst en waarneming. Onder invloed van angst (of stress - is er verschil?) gaat een mens zijn werkelijkheid onhelder, vertekend waarnemen, dingen zien die er niet zijn of ze verkeerd interpreteren. Hoofdpersoon Henning is al piekerend zover geraakt dat hij besluit dat hij zijn leven moet verbeteren: zijn vrouw zou hij meer moeten knuffelen, zijn kinderen zou hij (deeltijd-werker en -vader) meer aandacht moeten geven, en hij zou meer moeten sporten.

Hij begint zijn verbetering met dat laatste, op 1 januari 2018. Onvoorbereid stapt hij op een ongeschikte huurfiets om een vulkanische bergtop te bereiken. Het wordt een wielermarteling, doorregen met persoonlijke reflecties en herinneringen. Eenmaal boven - en dat duurt heel lang eer het zo ver is - belandt hij in een paradijselijke situatie, die hij lijkt te herkennen. Maar hij wordt al snel weer uit dat paradijs gekeild doordat hij iets raars doet. Hij weet niet waardoor.

En dan begint het derde deel van deze roman, het verhaal over Henning als jochie van een jaar of vijf, en zijn tweejarig zusje; ze worden op een dag door hun ouders, die toen nog samen waren, aan hun lot overgelaten, en dat leidt tot een steeds grotere paniek. Het is een eindeloos wanhopig verhaal vol angst en onzinnige vlagen van ongegronde hoop. Het zomerhuis op Lanzarote wordt een smerige puinzooi. In het vierde deel wordt alles duidelijk, heel expliciet.

Neujahr gaat niet alleen over waarnemingen die worden vertekend door angsten uit het verleden; uiteindelijk gaat het boek ook over de misvormende (latere) ervaringen ten gevolge van (vroeger) niet onderkende of erkende re√ęle gevaren of angsten. Interessant als je van een psychologische roman houdt, maar het is erg jammer dat de spiegelingen tussen vroeger en nu (Henning was in zijn jeugd, anders dan hij zeker dacht te weten, al wel eens op Lanzarote geweest) er zo duimendik bovenop liggen; jammer ook dat heel erg lang oningevuld blijft wat voor engs zich ooit precies heeft afgespeeld op die ene enge plek in dat zomerhuis, waarna het meerdere keren onthuld wordt.

Zeker het eerste gedeelte, die langdurige bergbestijging, is best goed te pruimen (ook al is zo'n tocht  als metafoor voor een poging tot inzicht op zijn minst zo oud als de weg naar de top van de Drachenfels, en ook al is de timing ervan - nieuwjaarsdag - niet bijster overdonderend origineel), maar dat geneuzel van dat jochie is hemeltergend lang van draad - hoewel toch ook een goede weergave van des jongetjes wanhoop - je ontkomt er niet aan begrijpend te knikken bij de rotzooi die hij van zijn ongelukkige situatie weet te brouwen...

Roem van de auteur en verwachting van de lezer op basis van eerdere lectuur be√Įnvloeden de graad of de aard van het oordeel, kennelijk.

zondag 7 oktober 2018

Lieke Marsman, De volgende scan duurt vijf minuten

Uitgeverij Pluim, Amsterdam-Antwerpen 2018. Paperbackje, 63 blz.

Een bijzonder kleinood. Glashelder. Mengeling van allerlei genres, van po√ęzie via autobiografie tot pamflet en weer terug. Had ik niet haar vorige boek, Het tegenovergestelde van een mens (2017, naar het schijnt een roman) gelezen en gefascineerd herlezen, dan weet ik niet wat ik van dit tussendoortje had gevonden, eerlijk gezegd. Maar nu dit wel het geval was, nu ik via Twitter al wat meer van Marsmans denkbeelden, standpunten en omstandigheden had vernomen, is dit een extra dierbaar boekje. Met weinig traditionele grenzen, ja.

Lees het, en dus vooral: koop het. "Met [...] wat [...] geluk vult dit boekje [...] het tekort dat in [haar] pensioenspaargeld is ontstaan aan." Schenk haar dat geluk.