vrijdag 27 november 2009

Tom Lanoye, Sprakeloos

2e dr. (paperback met flappen) Prometheus, Amsterdam 2009 [1e dr. (gebonden) 2009]. 360 bladzijden.

Sommige boeken schrijven hun eigen recensie. Dit met zijn titel. En met de blurb achterop. Het 'Hartverscheurend en hilarisch' van De morgen is me weliswaar wat al te zeer allitererend aangezet, maar in 'Moeiteloos naast het beste van Claus en Boon' van De tijd kan ik me, voor zover ik die vergelijking met recht en reden kan maken, zeer wel vinden (Claus zal wel vooral door de hoofdrol van de moeder zijn ingegeven; de vergelijking met de deels zelfreflexieve, exhuberante spraakwatervallen van boontje is zeer op zijn plek); 'Meesterlijk mooi. Vijfsterren-boek' zegt Cutting Edge, daarmee, net als De morgen, het woordenklankplezier van Lanoye papegaaiend, helaas in combinatie met een verfoeilijke boekenbijlageclassificatie; met (opnieuw) De tijd: 'Het mooiste wat Lanoye ooit schreef', wil ik wel, maar durf ik niet in te stemmen, omdat ik niet echt alles van Lanoye las, en van Het derde huwelijk bijvoorbeeld ook erg heb genoten.

Dit is een kostelijk boek. Geen regelrechte roman, geen auto- geen biografie, geen loutere ode, wel bijna een epos. Met de moeder, met al haar onaangename kanten erbij, als middelpunt en heldin, ook al zijn haar daden dan niet eens zo groots. Dat is wel het taalverhaal waarmee Lanoye haar hier eert, herinnert en bewaart. Episch is ook de langdurige voorgeschiedenis, het zich maar niet hebben kunnen/durven zetten tot het schrijven van dit boek dat in dit boek mede wordt beschreven; eigenlijk begint het verhaal over de moeder pas op bladzijde 74. Episch ook de (indirecte) beschrijving van het (naoorlogse) leven in Sint-Niklaas dat met het leven van de moeder mee komt; episch ook de aanroeping van de muze ('Come on, Johnny. Kom en graaf in mijn memorie. Grijp het stuur van mijn bolide en leid me, b├ęgeleid me, op die winterse rit van toen'), episch ook het equivalent van wat in de theorie van de epiek wel heet 'the catalogue of ships', hier een lange lijst van Sint-Niklazenaren, waarvan ieder item begint met 'Daar was' of 'Daar waren', een schaamteloze waslijst, die vierendertig pagina's lang is.

Tegelijk is Sprakeloos een heel grote, lang aangehouden, lyrische monoloog, waarin de lezer expliciet door de verteller wordt betrokken. Dat, en het schaamteloos bandeloze van dit boek, deze voortdurende demonstratie van het tegendeel van het adagium dat 'less' 'more' zou zijn, maakt het tot zo'n daverend festijn, ondanks alle ellende die erin beschreven wordt. En al lijkt Sprakeloos met z'n vele uitweidingen, en passages tussen haakjes, en terloopse toevoegingen, en tussen vierkante haken apart gezette commentaren, en afwijkingen van de chronologie der gebeurtenissen op een plas, een zee, een chaos, een kuip mortel die van een stelling valt, alle onderdelen haken stevig in elkaar en zijn weloverwogen gedoseerd en geplaatst, zoals de dood van 'de Lastigste', en de coming out van de verteller, die chronologisch vroeger had gekund, maar in deze vertelling zo is gemonteerd dat de reactie van de moeder wel heel navrant is, waardoor de sympathie die je als lezer voor haar hebt gekregen, op het laatst nog bijna vergald zou kunnen worden.

Het is veel ellende in dit boek, met veel dood: broer, vader, moeder, om maar enkelen te noemen, en dan die beroertes, de razernijen, het taalverlies van de moeder, de opnames in inrichtingen. Dat een mens daar zo'n gloeiend verhaal van weet te maken. Misschien ben ik een bevooroordeeld lezer. Ik ben even oud als Lanoye, en denk: dit boek is '"het leven zoals het leven is"', maar dan wel heel goed verteld.