Roman. Digitale uitgave naar de eerste druk. Atlas Contact, Amsterdam-Antwerpen, 2023. Geleend bij de digitale bibliotheek. Heerma van Voss sleepte met deze roman de BNG Literatuurprijs 2023 in de wacht.
Van Daan Heerma van Voss had ik nog niets gelezen. Toen ik, bladerend op zoek naar iets nieuws, zag dat hij wegens deze roman gelauwerd is met de BNG Literatuurprijs 2023 dacht ik dat het een goede zet zou zijn me hierdoor maar eens te laten verleiden; door de titel en het omslag werd ik namelijk niet aangetrokken. Een beetje voorzichtig werd ik qua verwachtingen toen ik de opdracht voorin het boek las: ‘Voor mijn vader, die ik zo lang mogelijk wil blijven missen’. De opdracht zelf vind ik heel mooi; mijn bedremmeling werd veroorzaakt doordat ik een tijd terug al een autobioroman van Daans broer Thomas had gelezen, ook over een overleden vader, maar met een suffe en matte figuur als hoofdpersoon en ik-verteller.
Grosso modo is Geen vaarwel vandaag mijns inziens echter nauwelijks te zien als een autobiografische of sleutelroman. Daar zat ik trouwens ook niet op te wachten. Deze roman is veeleer, zoals de uitgever voorin noteert
een grootse familieroman over uitzwaaien en verwelkomen, over een gezin dat aan de vooravond staat van ingrijpende beslissingen die veel te lang uit de weg zijn gegaan.
Ik ben er niet scheutig mee, maar ‘groots’ zou ik deze roman wel durven noemen, al was het maar omdat het over een brokkelig gezin gaat en dus over twee generaties en op zijn minst over vader, moeder, dochter, zoon en dochter-twee, plus nog wat al dan niet stabiele aanhang (de referentie aan de film van Jim Jarmusch uit 2025 is bewust en gewenst). De grote lijn van het geheel is chronologisch geordend, maar er wordt wel veel teruggesprongen bij de tekening van steeeds een ander personage. Het vertellen is goed en welbewust geordend door de alwetende, auctoriale verteller die al op de eerste pagina meldt:
Bij dezen beloof ik dat ik me niet zal opdringen. Hier en daar laat ik me horen.
Van zo’n paradox word ik heel blij, al komt die vertelproblematiek ook terug in het leven van een van de dochters, wier schrijverscarriere maar niet echt een hoge vlucht wil nemen, zodat ze maar lezingen geeft over de alwetende verteller. Ik kan het in deze vorm, in deze frequentie wel goed verdragen; Heerma van Voss jaagt me niet tegen zich in het harnas met gemakzuchtige romantrucjes, hoewel hij er wel zeker gebruik van maakt (ik ga er geen voorbeelden van geven, want niets is zo smaakonderhevig als een oordeel over humor en vermaak). Er is dus iets waardoor deze roman, die ik bij vlagen met een goede tv-serie zou willen vergelijken (maar ik weet niet welke, dus daar schieten we weinig mee op), goed bij mij in de smaak valt. Het komt onder andere door die voortdurende verschuivingen van focus, en ook door de luchtige wijze van vertellen, zonder dat het loos geklets wordt doordat steeds duidelijker naar een samenkomst van de familieleden en dus naar een climax wordt gewerkt.
De personages zijn alle in zekere zin niet helemaal geslaagd in het leven, zelfs niet volgens hun eigen maatstaven. Dat geeft ze een aantrekkelijke toets van tragiek terwijl ze heel realistisch blijven. Tel erbij op dat een fraaie, oude song van Lenard Cohen die ik nog niet kende, een belangrijk motief vormt in het leven van minstens twee van de personages, en je kunt me uittekenen met een e-lezer in de leesstoel naast de muziekinstallatie (geprezen zij de streamingdienst). Zelden voelde ik zo stevig de harmonie van wat ik las en wat er verteld werd over wat er te horen was. En ik was al een fan van literatuur die me iets aanreikt qua andere cultuuruitingen die ik nog niet kende.
Eigenlijk is het verhaal, en is ook de vertelwijze, nogal onopmerkelijk. Dat is ook wel een keertje fijn. Een uiteengevallen gezin komt langzaamaan weer bijeen naar aanleiding van het plotselinge overlijden van de pater familias, weliswaar een familia die, als gezegd, al een tijd gebroken, verbrokkeld is. Weinig nieuws onder de zon. Maar op een zo innemende manier verteld, met zo veel aandacht voor de betrokken personages, dat er een heel grondig waas van melancholie over komt te liggen, doordat het leven toch best moeilijker is dan iedereen denkt of wil toegeven, en doordat wat stuk gegaan is, niet verloren is, niet verdwenen blijkt.
Achterin staat dat deze roman zowel een klassieke familiesaga is als een moderne autobiografische roman. Knap werk. Dat autobiografische kan ik niet beoordelen, tenzij het alleen een gestorven vader betreft. In de roman zit ook de suggestie dat deze geschreven is door een van de personages, Tessel, de schrijfster die een beetje is vastgelopen in haar carrière en daarom maar lezingen houdt over de alwetende verteller, het soort verteller dat ook in deze roman duidelijk rondwaart, maar op de achtergrond.
Mooi boek. Mooi verhaal. Mooi rond. Maar met rond bedoel ik niet dat alles klopt en sluit, want dat doet het niet, zo min als dat in het echte leven het geval is. Een van de personages zegt, terecht, ik bén niet mijn levensverhaal. En in het geval van de pater familias in deze roman: die zeult wel een groot geheim met zich mee, maar geeft tegelijk te kennen, in een nagelaten brief, dat daarmee niet alles van hem, van zijn verdere leven verklaard kan worden. Toonbeeld van deze fraaie opzettelijke on-volledigheid is het opvallend afwijken van het voorschrift van Tsjechov (‘Als je in het eerste hoofdstuk zegt dat er een geweer aan de muur hangt, dan moet dat in het tweede of derde hoofdstuk beslist afgaan’), in deze roman gedemonstreerd met een niet opgeruimde glasscherf waar iemand met blote voeten tweemaal niet op stapt.
Een van de betere romans die ik de laatste tijd las.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten