dinsdag 21 april 2026

Susan Taubes, Treurzang om Julia

Roman. Vertaald door Nele Ysebaert. Uitgeverij Oevers, Zaandam 2024. Paperback met flappen, 222 pagina’s. Oorspr. Lament for Julia, 2023.

Van de Hongaars-Amerikaanse schrijfster Susan Taubes (1928-1969) verscheen maar één roman tijdens haar leven, Divorcing; enkele dagen na een negatieve recensie ervan pleegde ze zelfmoord; die recensie werd door een man geschreven, de roman gaat over een vrouw. Zoals ook deze postuum uitgegeven roman, die Taubes al zes jaar voor haar debuut schreef.

De ik-verteller is een soort geest, beschermengel of incubus, dat is niet duidelijk; zelf weet de verteller het ook niet. En zo is er wel meer onduidelijk in deze roman (in Engelse literatuur erover een novella geheten en in Nederlandse kritische teksten hier en daar novelle genoemd).

Zelden een roman gelezen met zo veel vraagzinnen. Maar des niet tegenstaande spreekt er een stevige kracht uit, gedrevenheid tot vertellen, maar ook een wil tot bestaan, hoe moeizaam dan ook. Een gezellige doorsnee-roman hoef je van Taubes kennelijk niet te verwachten; Divorcing is dat ook al niet. Taubes’ leven was evenmin doorsnee, gezel- of -lukkig, trouwens.

Op de achterflap wordt deze treurzang aangeduid als een coming-of-age-roman, een uitgemolken genre waar ik al ruimschoots genoeg van heb verorberd om er voortaan verre van te willen blijven. Maar deze roman is gelukkig van een heel ander, van een heel eigen kaliber. Dat komt mede doordat de ik-verteller zich niet verschuilt achter de beperkte, kinderlijke focalisatie van de kleine en opgroeiende Julia, maar als een volwassen verschijning met haar meeleeft en over haar reflecteert, zowel negatief als positief. Tegelijk is de ik-verteller een gelijke van Julia die haar fascinatie voor woorden begrijpt en daardoor over het woordenboek uit kan roepen: ‘Wat een graanschuur aan visioenen!’ Een uitroep die deze lezer graag herhaalt maar dan met betrekking tot de roman zelf. Zo wordt van grootmoeder Fuchs gezegd dat ze ‘prematuur oversekst’ was. Kom er maar eens op.

Daar staat tegenover dat het heel lastig is de ware thematische draad van het korte levensverhaal te pakken te krijgen (Julia lijkt niet veel ouder te worden van de hoofdpersoon van Divorcing, begin dertig), en meer nog om de identiteit van Julia en de verteller vast te stellen of in ieder geval enige vorm te geven. Vluchtheuvel is dan de gedachte dat het juist daarom draait, om dat niet weten, om het zoeken naar identiteit en eigenheid te midden van de vele eisen die medemens en samenleving uit gewoonte gewend zijn te stellen, om het (deel bewuste, deels onbewuste) individuele verzet tegen die dwang.

Ik ontkwam er niet aan te denken dat Julia en de verteller (m/v/x) twee kanten van een en dezelfde mens zijn, waarbij Julia de gesocialiseerde en de verteller de ongeboetseerde kant of versie representeert; het heeft geen enkele zin om van schizofrenie of een soortgelijke storing te spreken, als ik dat als leek al kan doen, zij het ook vooral metaforisch, omdat de twee aspecten niet met elkaar in conflict zijn maar juist bijna los van elkaar lijken te staan, waarbij Julia meer onbewust leeft en de verteller meer alles-overziend en reflecterend en oordelend is zonder zelf echt in het leven te staan.

Uiteindelijk raakt de vertelster (want dat is ze toch, denk ik) Julia helemaal kwijt, Julia die waarschijnlijk aan een minnaar blijft hangen die niet bij haar past, en daarnaast mogelijk in haar saaie huwelijk doorsukkelt; de vertelster probeert, zo lijkt het, dan haar plaatsvervangster als echtgenote te zijn. 

Niets is wat het lijkt of wat iemand ervan hoopt in dit raadselachtige en wonderlijk meeslepende boek. Wie Julia (werkelijk) is en wie of wat de verteller, het blijft onduidelijk. Helpen de twee elkaar of zitten ze elkaar in de weg? In de roman zelf is er, volgens mij, geen uitweg, geen antwoord.




Geen opmerkingen: