Portret van Remco Campert. De Bezige Bij, Amsterdam 2018. Bekroond met de Henriëtte de Beaufortprijs 2022. Bibliotheekexemplaar van de digitale uitgave.
Dit boek staat te boek als een biografie. En dat is het zeker, en zelfs een wonderbaarlijk goede biografie. Het is tegelijk toch ook een lichtelijk excentrisch exemplaar binnen de categorie van de literaire biografieën alsmede binnen de schrijversbiografieën. Dat ongewone zit erin dat Van Hengel uitgebreid heeft gesproken met Campert (en zijn toenmalige en laatste echtgenote, Deborah), ik weet niet gedurende hoeveel weken iedere vrijdag een paar uur. En ze mocht gratis en ongestoord in zijn werkkamer grasduinen.
Voor een gemiddelde biograaf lijkt me zo’n werkwijze uitzonderlijk; biografen gaan normaal gesproken immers over lijken. De weg die Van Hengel hier bewandelt, oogt ronduit gevaarlijk. Hoe link is niet het om het leven te beschrijven van iemand die nog leeft terwijl je je onderzoek doet en terwijl je schrijft. En dat dan ook nog eens in het bijzijn van en in samenwerking met de aanstaande weduwe (Campert overleed in 2022, de biografie verscheen in 2018). Hoe groot is dan de kans dat een en ander leidt tot een misvormde hagio- in plaats van een zuivere biografie die die catalogusnaam met ere kan dragen.
Ik twijfel er evenwel geen seconde aan dat Van Hengel al de mogelijke gevaren van deze onderneming heeft weten te omzeilen. Dat komt niet alleen doordat haar portret van deze excentrische Vijftiger bijzonder overtuigend en genuanceerd is, maar ook doordat ze zeer veel van Camperts tijd- en bentgenoten (en trouwens ook bedgenoten) heeft gesproken en hun brieven heeft gelezen, doordat ze bijzonder goed op de hoogte is van de literaire en sociale en culturele (muzikale, cinematografische etc.) contexten waarin Campert zich gedurende zijn, eigenlijk niet zo bewogen maar wel uiterst slordige, leven heeft begeven (om er zich vervolgens ook weer aan te onttrekken). Het komt verder doordat ze heel het literaire oeuvre van Campert lijkt te kennen en te hebben doorgrond, zodat ze er te pas uit kan citeren zonder in de valkuil van de biografische inlegkunde te tuimelen. Het komt ook doordat ze een chronologische structuur weet te vermengen met een thematische, daar waar het nodig is heel handig schakelend en heen en weer schietend langs de dwingende tijdlijn.
Literair-analytisch is Van Hengel ook sterk. Ze belicht het werk van Campert heel secuur en grondig, ze wijst de thematische lijnen erin overtuigend aan, ze bespreekt en belicht Camperts positie tussen de Vijftigers waar nodig (wat wil zeggen dat ze er niet nodeloos over door blijft gaan omdat Campert meer is dan alleen maar dat). Wat daarnaast aantrekkelijk is aan deze biografie, afgezien nog van de soepele, gesoigneerde, toegankelijke stijl van Van Hengel, is dat deze biograaf bijna schaamteloos enthousiast is over het literaire werk van de bebiografeerde en anderzijds er niet voor terugschrikt minder eclatant werk als zodanig te bestempelen en, niet onbelangrijk, ook ruim aandacht heeft voor de schaduwzijden van het bijzondere karakter van deze dichter, kansrijk kandidaat voor de prijs voor het auteurschap met het hoogste alcoholpromillage.
Dat Van Hengel naar aanleiding van dit boek de Henriëtte de Beaufortprijs 2022 in ontvangst mocht nemen, lijkt me dan ook een eenvoudige daad van rechtvaardigheid. Deze literaire biografie is zeer informatief en degelijk en analytisch en veelkantig, zozeer zelfs dat ik me erdoor van de plicht voel ontslagen me verder te verdiepen in het oeuvre van deze auteur. Nog voor de uitleentermijn van dit digitale biebboek verstreken was en het boek geruisloos uit mijn e-lezer zou verdwijnen, nog voor ik aan hoofdstuk 10 kon beginnen, besloot ik het erbij te laten. Camperts werk volgt getrouw zijn leven en na 64% van deze heerlijke biografie gelezen te hebben, had ik mijn buik vol van de oneindig eigengereide dronken lamzak die deze dichter als mens bij leven (en gebrek aan welzijn) toch ook geweest moet zijn.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten